info@interius.be
+32 (0)53 70 84 43

SCHEIDEN IN EEN HANDOMDRAAI: HET KAN!

Vrijdag November 9, 2018

SCHEIDEN IN EEN HANDOMDRAAI: HET KAN!

  1. Context

Veel mensen die beslissen een einde te maken aan hun huwelijk, opteren voor een echtscheiding door onderlinge toestemming.

Concreet wil dit zeggen dat partijen ervoor kiezen om door het voeren van besprekingen tot een overeenkomst te komen omtrent alle punten waarover een regeling dient getroffen te worden. Bij wijze van voorbeeld : de kinderen, de onroerende en roerende goederen, de schulden, de rekeningen en verzekeringen, etc..

De partijen worden in dit proces bijgestaan en begeleid door een professionele derde, bijvoorbeeld een advocaat of erkend bemiddelaar. Het is deze laatste die er tevens voor zorgt dat het akkoord dat partijen bereiken, uitgewerkt en verwerkt wordt in een overeenkomst. Die overeenkomst wordt vervolgens samen met het verzoekschrift tot echtscheiding neergelegd op de griffie van de bevoegde rechtbank.

Recent zijn er omtrent deze vorm van echtscheiding een aantal nieuwe bepalingen in voege getreden. Een aantal van deze wijzigingen die van praktisch belang zijn voor de partijen worden hieronder toegelicht. Vooral de wijziging op het vlak van de persoonlijke verschijning is een blikvanger.

Mieke Cornelis: "Recent zijn er omtrent de echtscheiding door onderlinge toestemming een aantal nieuwe bepalingen in voege getreden. Vooral de wijziging op het vlak van de persoonlijke verschijning is een blikvanger. "

2. Wijzigingen

2.1. Schriftelijke procedure

2.1.1. Algemene regel

Voor de wetswijziging dienden partijen die op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift nog geen 6 maanden feitelijk gescheiden waren, nog 1 keer te verschijnen voor de rechtbank.

Sinds de wetswijziging is de persoonlijke verschijning van de partijen voor de rechtbank afgeschaft.

De procedure verloopt sindsdien dus integraal schriftelijk.

2.1.2. Afwijking van de algemene regel

In een aantal gevallen wordt de persoonlijke verschijning toch bevolen door de familierechtbank, namelijk:
– wanneer één of beide partijen zelf de vraag stellen om persoonlijk te verschijnen ;
– op verzoek van de procureur des Konings;
– ambtshalve ( = op verzoek van de rechtbank );

De verschijning zal in dergelijk geval plaatsvinden binnen de maand na neerlegging van het verzoekschrift.
De rechtbank kan – in uitzonderlijke omstandigheden – één of beide partijen toelaten zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of notaris.
Ingeval van niet verschijning op de door de familierechtbank vastgelegde dag, wordt de zaak verwezen naar de algemene rol. Dit betekent dat de zaak niet behandeld wordt op de vastgestelde dag. In dit geval dienen de partijen het initiatief te nemen om de zaak opnieuw te laten vaststellen voor behandeling indien zij dit wensen.

2.2. Advies van de procureur des Konings is niet meer verplicht

Het advies van de procureur des Konings heeft een louter facultatief karakter.
Ingeval de procureur beslist advies te verlenen, dient het schriftelijk advies neergelegd te worden ter griffie binnen de 30 dagen na inschrijving op de rol. Indien dit niet gebeurt binnen die termijn, wordt uitgegaan van een gunstig advies.
Ingeval de procureur beslist geen advies te zullen verlenen, dient de rechtbank hiervan verwittigd te worden.
Ingeval partijen persoonlijk verschijnen kan de procureur nog een schriftelijk of mondeling advies geven op de zitting.

2.3. Eén van de wijzigingen op het vlak van de inhoud van de familierechtelijke overeenkomst .

Voor de wetswijziging dienden partijen in de overeenkomst een bepaling op te nemen over de plaats waar ze verblijf gingen houden tijdens de proefperiode ( = de periode tussen de ondertekening van de overeenkomst en het vonnis waarin de echtscheiding werd uitgesproken).
Sinds de wetswijziging dient over het verblijf van partijen tijdens de procedure geen overeenkomst meer gesloten te worden.

Mieke Cornelis
9 november 2018